Auteur archieven: Fractie

Antwoorden op vragen over SMR-ontwikkelingen

Op 8 september 2026 heeft onze fractie vragen gesteld over Small Modular Reactor (SMR) ontwikkelingen, naar aanleiding van een memo vanuit het college. Zie hieronder de antwoorden:

1. In het memo staat dat het college kiest voor: ‘waar passend regionaal ondersteunen wanneer
kansen zich voor doen’. Wat voor kansen ziet het college en wat is ‘passend ondersteunen’?

Het college ziet kansen op het gebied van kennisontwikkeling, regionale samenwerking, economische ontwikkeling en de toekomstige energievoorziening van Noord-Holland Noord, waaronder eventuele SMR-ontwikkelingen. Met “waar passend regionaal ondersteunen wanneer kansen zich voor doen” bedoelt het college het waar relevant deelnemen aan regionale gesprekken, het delen van kennis en inzichten en het constructief meedenken over in dit geval SMR-vraagstukken die van belang kunnen zijn voor Hollands Kroon en de regio. Ook kan er worden gedacht aan het steunen van bijvoorbeeld
subsidie- of investeringsaanvragen die een positieve impact kunnen hebben op de regio.

2. Als gemeente Opmeer besluit voor een regionale aanpak te kiezen, ziet het college Hollands
Kroon dan als logische samenwerkingspartner? Zo nee, waarom niet?

Wanneer Opmeer besluit voor een regionale aanpak te kiezen, is het voor het college vanzelfsprekend om eventuele verzoeken tot samenwerking open en constructief te beoordelen. Wanneer zich een concreet initiatief aandient, zal het college beoordelen wat dit betekent voor Hollands Kroon en welke rol en bijdrage passend is.

3. Waaruit blijkt voor het college de faciliterende rol van de provincie?
Dit blijkt onder andere uit het nieuwsartikel van de Energieregio Noord-Holland: IS KERNENERGIE DE TOEKOMST VOOR NOORD-HOLLAND? | Energieregio Noord-Holland

De rol van de provincie
De provincie Noord-Holland ziet haar rol vooral als kennisverzamelaar. Ze wijst geen locaties aan en bepaalt niet of er kerncentrales komen. Wel heeft de provincie invloed op vergunningen en milieuaspecten, zoals natuurbescherming en waterbeheer. “We weten nog niet precies welke vergunningen nodig zijn. Dat wordt onderzocht in een landelijke programma. Zodra hier meer duidelijkheid over is, kunnen we eventueel een volgende stap zetten.” aldus Van der Knaap.

Daarnaast blijkt dit uit de samenwerking die de provincie is aangegaan met Thorizon voor de ontwikkeling van een gesmoltenzoutreactor: Noord-Holland gaat samenwerking aan voor ontwikkeling…

“De provincie ziet de samenwerking als een belangrijke stap voor onderzoek, innovatie en kennisontwikkeling op het gebied van nucleaire technologie in Noord-Holland.”

4. In het memo staat: Vragen over kosten, planning, veiligheid, vergunningverlening en effecten op het energiesysteem moeten de komende jaren verder worden beantwoord. Welke vragen heeft het college nog over deze onderwerpen die nog niet beantwoord zijn door de haalbaarheidsonderzoeken in Opmeer, en de Kamerbrieven en routekaart 7GW kernenergie van het Rijk?

Het college ziet daarom nog verschillende vragen waarop naar haar oordeel nog geen definitieve antwoorden beschikbaar zijn. Voorbeelden hiervan zijn:
• de uiteindelijke investerings- en exploitatiekosten van SMR’s in de Nederlandse situatie;
• de planning en realisatietermijnen van eerste commerciële projecten;
• de wijze waarop vergunningprocedures in de praktijk vorm krijgen;
• de gevolgen voor het regionale elektriciteitsnet en de (eventueel) benodigde netuitbreidingen;
• de beschikbaarheid en noodzaak van voldoende koelwater op mogelijke locaties;
• de verdeling van verantwoordelijkheden tussen initiatiefnemers, gemeenten, provincie en Rijk;
• de impact op de leefomgeving en de wijze waarop draagvlak wordt georganiseerd.

 

Het college merkt daarbij op dat veel van deze vragen momenteel onderwerp zijn van landelijke uitwerking door het Rijk, provincies en betrokken toezichthouders. Dit blijkt ook uit de Kamerbrief “Routekaart 7 GW Kernenergie” van 19 juni 2026:

– “Ik heb dan ook afspraken gemaakt met het IPO en de provincies om te starten met potentieonderzoeken, om de toegevoegde waarde van SMR’s in het regionale energiesysteem te onderzoeken. Ik zal de provincies waar nodig ondersteunen bij het in kaart brengen van mogelijke locaties binnen het regionale energiesysteem. In het PEH II, zullen SMR’s in het nationale energiesysteem ruimtelijk onderzocht worden.”

– “Bovendien zie ik dat gemeenten, zoals Opmeer en Den Helder, initiatieven ontplooien. Deze voorbeelden laten zien dat regionale schaal relevant en nodig is, bijvoorbeeld voor het vinden van voldoende afnemers om tot een business case te kunnen komen. De schaalvoordelen zijn makkelijker te vinden op regionaal niveau. Daarom kies ik ervoor om provinciale overheden te ondersteunen in de uitvoering van regionale potentieonderzoeken.”

 

5. Welke kansen ziet het college voor toepassing van SMR’s op specifiek Agriport?

Het college ziet dat Agriport A7 één van de grootste concentraties van energie-intensieve bedrijvigheid in Noord-Holland Noord vormt. Daardoor wordt Agriport A7 in regionale discussies regelmatig genoemd als een locatie waar vraag en aanbod van energie in potentie dicht bij elkaar kunnen komen.
Tegelijkertijd benadrukt het college dat er op dit moment geen concreet SMR-initiatief voor Agriport bekend is. Het college vindt het daarom prematuur om uitspraken te doen over de kansen voor toepassing van SMR’s op specifiek Agriport. Eerst zullen eventuele initiatieven moeten worden beoordeeld op aspecten zoals veiligheid, ruimtelijke inpassing, economische meerwaarde, neteffecten, maatschappelijke meerwaarde en brede welvaart. Dit brengt focus aan en waarborgt dat enkel de meest kansrijke initiatieven worden ondersteund.

 

Met vriendelijke groet,
Burgemeester en wethouders,

H. van der Woude                                                                  A. van Dam
gemeentesecretaris                                                               burgemeester

Toekomst Veerburg Anna Paulowna: LDA stelt vragen

Recentelijk laait de discussie over de toekomst van de Veerburg in Anna Paulowna weer op. De toekomst van het gebouw staat al langere tijd ter discussie, mede door de plannen rond de sportvoorzieningen. Er wordt gekeken naar verschillende mogelijkheden, waaronder het verdwijnen van Veerburg, verplaatsing naar de rand van het dorp of behoud van het dorpshuis op de huidige locatie, maar dan zonder sporthal. De Stichting Hart voor Anna Paulowna heeft enige tijd terug ook aandacht gevraagd voor de Veerburg door in te spreken in het raadscafé.

De gemeente heeft tot nu toe nog geen concrete plannen voor de Veerburg, en heeft ook nog geen kredieten beloofd voor de benodigde verduurzamingsmaatregelen en renovaties. Wat LDA raadslid Hielko Mels betreft is het tijd voor duidelijkheid. Daarom heeft hij onderstaande vragen gesteld aan het college.

Politieke vragen

Geachte leden van het college,

De gemeente Hollands Kroon heeft aangegeven dat er op dit moment nog geen concrete plannen zijn voor de toekomstige invulling van Veerburg. Wel wordt gekeken naar het sportgedeelte, onder meer in relatie tot de sportvoorzieningen van Kleine Sluis. Over het dorpshuisgedeelte geeft de gemeente aan dat dit in principe op de huidige locatie blijft.

Dit roept bij ons de volgende vragen op:
1. Op welke termijn verwacht het college de inwoners van Anna Paulowna en omgeving concrete duidelijkheid te kunnen geven over de toekomst van Veerburg, en specifiek over het dorpshuisgedeelte?
2. Welke stappen onderneemt het college de komende periode om tot een toekomstbestendige invulling van het dorpshuisgedeelte te komen?
3. Is het college voornemens financieel bij te dragen aan renovaties die nodig zijn om de Veerburg toekomstbestendig te maken? Zo nee, waarom niet?

Wij vinden het belangrijk dat er voor de inwoners van Anna Paulowna en omgeving op korte termijn duidelijkheid komt. Veerburg is immers meer dan alleen een gebouw; het dorpshuis vervult een belangrijke sociale en verbindende functie binnen de gemeenschap.

Met vriendelijke groet,
Hielko Mels (LDA)

Motie om de boeren te steunen wordt weggestemd

In de raadsvergadering van donderdag 10 september dienden LEV! en LDA samen een motie in om de boeren en vissers te steunen naar aanleiding van de stikstofbrief van minister van Essen. De motie roept het college op om aandacht te vragen voor de situatie van agrariërs in Hollands Kroon, en te lobbyen bij provincie en Rijk voor een gebiedsgerichte aanpak voor stikstof.

Met uitzondering van Forum voor Democratie gaven alle partijen aan dat zij een signaal naar de landelijke politiek willen afgeven dat het stikstofbeleid lokale agrariërs in de problemen brengt. Sommige lokale afdelingen van landelijke partijen hebben de problemen al aangekaart bij hun landelijke partij. De meeste partijen pleitten nadrukkelijk voor een gebiedsgerichte aanpak. Precies waar de motie toe oproept dus! Gek genoeg betekende dit voor alle partijen met uitzondering van LEV! en LDA dat zij de motie niet konden steunen. FvD en VVD waren eigenlijk de enige partijen die hier een duidelijke reden voor gaven: de VVD vond de oproep te verstrekkend, FvD vond de motie niet verstrekkend genoeg.

Het CDA riep op om de motie in te trekken, omdat er in de raad brede steun werd geuit voor de agrarische sector en het college ook in haar reactie aangaf een gebiedsgerichte aanpak te willen bepleiten bij de provincie en het Rijk. Het CDA vond het ‘zonde’ als er verdeeld gestemd zou worden omdat dit de indruk zou wekken dat een deel van de raad de agrarische sector niet steunt. Onze fractievoorzitter Daan Pruimboom reageerde hierop door te stellen dat, als alle partijen de boodschap van de motie ondersteunen, de hele raad dus ook voor de motie zou kunnen stemmen. Hier kwam geen reactie meer op.

Achteraf hoorden we dat in de coalitie vooraf al besloten was om de motie niet te steunen. De discussie in de raad heeft voor de coalitie kennelijk geen enkele meerwaarde, want het standpunt is vooraf al bepaald. Het voeren van een discussie bleek achteraf dus weinig zinvol.

 

Lees hieronder de oproep die de motie doet aan het college en de toelichting:

De gemeenteraad, in de vergadering op 10 september 2026,

verzoekt het college;

1. Bij het Rijk en de provincie aandacht te vragen voor de specifieke situatie van Hollands Kroon als agrarische gemeente en ervoor te pleiten dat de kosten van de stikstofaanpak niet eenzijdig bij de landbouw en visserij worden neergelegd, maar dat ook andere sectoren naar evenredigheid bijdragen.

2. Te bepleiten bij het Rijk en de provincie dat bij de stikstofmaatregelen en vergunningverlening wordt uitgegaan van gebiedsgegevens en de feitelijke situatie binnen de gemeente, waarbij mogelijk rekening wordt gehouden met reeds gerealiseerde reducties, innovaties en verduurzamingsmaatregelen.

3. Zich ervoor in te zetten dat binnen het stikstofbeleid ruimte blijft bestaan voor gebiedsgericht maatwerk, lokale omstandigheden en verschillen tussen gebieden, op een eerlijke wijze worden meegewogen.

4. De raad jaarlijks te informeren over de gevolgen van stikstofbeleid voor de continuïteit van landbouw-, veeteelt- en visserijbedrijven binnen de gemeente Hollands Kroon.

5. Deze motie van de raad bij het kabinet, de betrokken ministeries, de provincie Noord-Holland en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) onder de aandacht te brengen.

Waarom deze motie?

• Hollands Kroon is een agrarische gemeente waar landbouw, tuinbouw, veeteelt en visserij onmisbaar zijnvoor economie, werkgelegenheid en leefbaarheid.

• Natuurherstel en het terugdringen van stikstofemissies zijn noodzakelijk, maar kunnen alleen op duurzame wijze worden gerealiseerd wanneer lokale kennis van ondernemers, inwoners, terreinbeheerders en overheden wordt betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van effectieve maatregelen.

• In het coalitieprogramma 2026 -2030 staat de ambitie om de agrarische sector te ondersteunen en om Hollands Kroon verder te ontwikkelen als agrarische hoofdstad van de toekomst, waarbij de gemeente faciliteert en verbindt waar nodig.

• Hoewel de gemeente Hollands Kroon zelf geen landelijk Natura-2000 gebieden bevat maar wel grenst aan 2 grote beschermde Europese watergebieden, hebben landelijke maatregelen ook gevolgen voor ondernemers binnen onze gemeente.

• De feitelijke situatie binnen gebieden in Hollands Kroon verandert voortdurend en daarom is het noodzakelijk dat beleid, vergunningverlening en eventuele aanvullende maatregelen niet worden beoordeeld op verouderde cijfers of aannames die geen recht meer doen aan de huidige situatie.

• Innovatie, vrijwilligheid, technische oplossingen en gebiedsgericht maatwerk verdienen waar mogelijk voorrang boven gedwongen beëindiging van bedrijven.

• Veel familiebedrijven in Hollands Kroon dragen al generaties lang bij aan de voedselvoorziening, de lokale economie, het landschap en de leefbaarheid van onze dorpen.

• Veel ondernemers in onze gemeente zijn bereid verder te investeren in emissiereductie, innovatie en verduurzaming, maar hebben daarvoor voldoende perspectief, financiële ruimte en een betrouwbare overheidnodig.

• Boeren en vissers hebben al jarenlang te maken met veranderde regelgeving, onzekerheid en beperkingen in hun bedrijfsvoering.

• De gemeente Hollands Kroon heeft een belangrijke rol heeft als belangenbehartiger van haar (agrarische) ondernemers richting provincie en rijksoverheid.

LDA stelt vragen over SMR-ontwikkelingen

Naar aanleiding van een memo van het college vorige week over de ontwikkelingen rondom kleine kerncentrales (SMR’s) in de regio, heeft de fractie van LDA een aantal vragen aan het college gesteld.

 

Lees hier de memo: Memo raad 26-09-01 Small Modular Reactor ontwikkelingen HollandsKroon – iBabs Publieksportaal

En lees hier de vragen:

Geachte leden van het college,

Op 1 september ontving de raad een memo over Small Modular Reactor ontwikkelingen. In algemene zin stelt onze fractie het op prijs dat het college proactief de raad informeert over SMR-ontwikkelingen in de omringende gemeenten. Onze fractie heeft echter wel wat vragen naar aanleiding van de memo.

 

  1. In de memo staat dat het college kiest voor: ‘waar passend regionaal ondersteunen wanneer kansen zich voor doen’. Wat voor kansen ziet het college, en wat is ‘passend ondersteunen’?

 

  1. Als gemeente Opmeer besluit voor een regionale aanpak te kiezen, ziet het college Hollands Kroon dan als logische samenwerkingspartner? Zo nee, waarom niet?

 

  1. Waaruit blijkt voor het college de faciliterende rol van de provincie?

 

  1. In de memo staat: Vragen over kosten, planning, veiligheid, vergunningverlening en effecten op het energiesysteem moeten de komende jaren verder worden beantwoord.

 

Welke vragen heeft het college nog over deze onderwerpen die nog niet beantwoord zijn door de haalbaarheidsonderzoeken in Opmeer, en de                    Kamerbrieven en routekaart 7GW kernenergie van het Rijk?

 

  1. Welke kansen ziet het college voor toepassing van SMR’s op specifiek Agriport?

 

Met vriendelijke groet,

 

Daan Pruimboom

LDA Hollands Kroon

Coalitieakkoord zonder ambities, maar mét lastenverhoging

Vorige week werd het coalitieakkoord van OHK, CDA, SHK en PRO gepresenteerd. Donderdag 20 augustus kregen de andere partijen de kans hierop te reageren. LDA ziet een zeer algemeen coalitieakkoord waarin weinig concrete acties worden voorgesteld.

Lees hier onze inbreng op het coalitieakkoord.

Inbreng coalitieakkoord LDA
Allereerst felicitaties. Het langverwachte coalitieakkoord is eindelijk gereed. Het akkoord waar zo lang op is gebroed dat we bijna als laatste gemeente van Nederland de coalitie rond hebben.

Voor ons ligt een document met een hoog Chat GPT – gehalte, dat binnen een paar dagen af had kunnen zijn. Maar ja, dat lukt niet als je met zulke politiek uiteenlopende partijen gaat formeren. Gelukkig hebben we hier vele datacenters, dus kan het geen kwaad dat Chat GPT een handje heeft geholpen.

Toen D66 plotseling uit de coalitievorming stapte, werd gemeld dat er stappen opnieuw gezet moesten worden en er meer tijd nodig was. Vol verwachting klopte ons hart, maar het eindproduct is teleurstellend. We hadden wel wat meer verwacht. We lezen een ambitie-arm coalitieakkoord.

Graag hadden we onze ideeën al eerder ingebracht. Het is jammer dat LDA geen serieuze kans heeft gehad om mee te praten. In het verslag van de verkenningsfase wordt gesteld dat niet-formerende partijen op 19 juni hebben kunnen meepraten. Dat mocht dan alleen in een achterkamertje op een vrijdagochtend. Als democratische en transparante partij kan LDA daar uiteraard niet mee instemmen, maar we praten graag mee en hebben voorgesteld dat te doen op de plek die daarvoor bedoeld is: namelijk de gemeenteraad. Daar kwam geen reactie meer op. Tot zo ver het meepraten door andere partijen. Afvinken maar. De toon is in ieder geval gezet voor de samenwerking tussen de coalitie en de oppositie de komende vier jaar.

We vinden, naast alle algemeenheden, wettelijke taken en bestaand beleid, een paar keuzes terug in het akkoord. De schaarse keuzes die gemaakt worden, zijn helaas bijna zonder uitzondering de verkeerde. Daarover zo meteen meer, want laat ik positief beginnen.

Positieve zaken

Uiteraard zijn er wat dingen waar we tevreden mee zijn, zoals de zelfbewoningsplicht en Voorrang voor woningzoekenden met binding met Hollands Kroon. We nemen aan dat hiermee bedoeld wordt: binding met het betreffende dorp. Niemand heeft binding met Hollands Kroon.

We zijn blij te zien dat de volgende dorpsvisie Middenmeer zal zijn. Middenmeer is jarenlang verwaarloosd, dus het is hoog tijd voor een integrale visie voor het dorp.

Ook kunnen we ons vinden in de sterke focus op verkeersveiligheid, en dan met name voor fietsers. Wat we hier nog in missen is het betrekken van partners zoals de lokale afdelingen van Veilig Verkeer Nederland

Dan de foute keuzes.

Hippolytushoef

Hippolytushoef is duidelijk het ondergeschoven kindje. Hoewel CDA en met name SHK een paar maanden terug nog een pleidooi hielden voor verplaatsing van het sportpark in Hippo, wordt nu gekozen voor behoud op dezelfde plek. Dit is de doodsteek voor Hippolytushoef, zoals een raadslid van SHK al vurig betoogde in februari. Zonder verplaatsing van het sportpark zal Hippolytushoef tot in lengte van dagen een tekort aan woningen hebben. Voor de coalitie is dit kennelijk geen probleem, ook al was clustering van sport aan de rand van het dorp in andere kernen geen probleem. Hippolytushoef komt er bekaaid af, ook al ligt er nog een motie van LDA ten uitvoer om met de provincie in gesprek te gaan over buiten in Bijzonder Provinciaal Landschap. Daarom mijn vraag aan CDA en met name SHK: Waarom zijn deze partijen van mening veranderd?

Bedrijvigheid

Focus op lokale bedrijvigheid op bedrijventerreinen, en onderzoeken waar uitbreiding nodig is om lokale ondernemers ruimte te bieden om te groeien is iets waar LDA zich in kan vinden. Tegelijkertijd moeten we ook kritisch kijken naar het uitgiftebeleid. Er is wel ruimte voor lokale ondernemers, maar als de minimale afnamegrootte van een perceel 3000m2 is, houdt het op. Daar lezen we niets over in het coalitieakkoord. Bied lokale ondernemers ook een passend formaat grond om te kunnen ondernemen. Kan de nieuwe coalitie toezeggen het uitgiftebeleid ook tegen het licht te houden?

Energie

Wat betreft energie en duurzaamheid laat het coalitieakkoord een grote kans liggen: namelijk de ontwikkeling van Small Modular Reactors (SMR) in de omliggende gemeenten. In meerdere omliggende gemeenten is men actief bezig met het faciliteren van de komst van een kleine kerncentrale, maar vanuit Hollands Kroon blijft het angstvallig stil. Zeker voor een gemeente met gigantische stroomvragers op Agriport én nu er in de directe omgeving serieus naar SMR’s wordt gekeken, zou een SMR in Hollands Kroon een no-brainer moeten zijn. Overigens is LDA van mening dat dit niet per definitie op Agriport hoeft te zijn. De inwoner wil immers ook betrouwbare, betaalbare stroom hebben. Gelukkig staat in het coalitieakkoord wel: ‘We ondersteunen passende vormen van lokale energieopwekking’. Dat maakt de realisatie van een SMR in ieder geval heel goed mogelijk. Hiervoor zal LDA nog met een voorstel komen te zijner tijd.

Lastenverhoging

Dan komen we bij een ander heikel punt: alweer een ozb-verhoging. Hoewel dit coalitieakkoord nauwelijks ambitie bevat, zijn de plannen kennelijk toch te duur om zelf te kunnen bekostigen.

In het akkoord staat:

‘We handelen vanuit wat nodig is: de investeringen zijn leidend, niet belastingverhogingen’ en: ‘We kijken eerst naar inzet van bestaande middelen en beschikbare budgetten.’

Daar was de coalitie al snel mee klaar kennelijk, want men besluit nu al tot een verhoging van 5%. Iets waar het CDA een paar maanden terug nog mordicus tegen was. Opmerkelijk is ook dat er wordt gesteld dat dit nodig is voor de uitvoering van de dorpsvisies Hippo en Niedorp/Winkel. Dat gelooft LDA wel, want als men besluit het sportpark niet te verplaatsen loop je ook de kans mis om 350 woningen te bouwen. Dat scheelt een hoop inkomsten voor de gemeente. Zo snijdt het mes in negatieve zin aan twee kanten: de inwoners van Hippolytushoef behouden hun woningtekort, maar betalen ook extra ozb omdat er gekozen wordt voor woningtekort. Laat ik helder zijn: ieder voorstel de komende jaren waarin ozb-verhoging onderdeel van het financieel beleid is, zal LDA niet steunen.

Algemeen

Als we uitzoomen lezen we 56 pagina’s vol algemeenheden. De meeste actiepunten komen neer op het uitvoeren van de wettelijke taken. Proficiat, Hollands Kroon gaat zich aan de wet houden. Verder wordt er op de trom geslagen met beleid dat de vorige coalitieperiode of zelfs de periode daarvoor al van kracht zijn geworden. Knap hoor.

Heel veel ambities zijn mooi opgeschreven, maar wat ze nou concreet gaan betekenen is compleet onbekend. Beter communiceren, dichter bij de inwoner, groenonderhoud weer op peil, ondernemers ondersteunen: allemaal prachtige kreten, zonder concrete acties. Zo kan iedereen een coalitieakkoord vullen. Als de coalitiepartijen iets meer inspiratie hadden gehaald uit het partijprogramma van LDA, had men ontdekt hoe je gesignaleerde problemen vertaalt in concrete actiepunten. Een gemiste kans om te leren hoe het wél moet.

Wethouders

Wat betreft de invulling van de wethouders is de stempel van het progessieve deel van de coalitie goed te zien.  De nieuwe wethoudersploeg is namelijk een goede afspiegeling geworden van de Hollands Kroonse bevolking: vier blanke mannen. Dat heeft PRO als progressieve partij in deze coalitie toch mooi weten af te dwingen.

Alles bezien wens ik de mannebroeders van het college veel succes. Zij gaan, net als Hollands Kroon en haar inwoners, een zeer moeilijke vier jaar tegemoet.

Daan Pruimboom

 

 

TenneT laat de klimaatdoelstellingen terecht los

Door Daan Pruimboom

Kort geleden publiceerde TenneT haar jaarlijkse Monitor Voorzieningszekerheid 2026. Voorheen heette dit de Monitor Leveringszekerheid. De hoofdboodschap blijft hetzelfde als de vorige jaren: we hebben in Nederland een tekort aan leveringszekere stroombronnen. Leveringszekere bronnen kunnen ieder moment van de dag stroom leveren. Denk hierbij aan kolen, gas en kernenergie. Dit in tegenstelling tot zon- en windenergie. De momenten waarop de zon niet schijnt en de wind niet waait zijn deels op te vangen met batterijopslag, maar dit is een dure en behoorlijk ruimte vragende exercitie.

Het tekort aan betrouwbaar, stabiel vermogen loopt de komende jaren hard op, waardoor de leveringszekerheid onder druk komt te staan. Tot 2030 redden we het nog wel omdat we voldoende kolen- en gascentrales hebben, en de elektrificatie nog niet zo hard gaat. Na 2030 worden de problemen groter: Nederland elektrificeert in rap tempo, en we zijn voornemens meer kolen- en gascentrales te sluiten. Daarom adviseert TenneT om fossiele energiebronnen langer aan te houden, en zo nodig zelfs kolencentrales om te bouwen naar biomassacentrales. Alles om maar regelbaar, leveringszeker vermogen te behouden.

Tot zo ver de conclusies uit het rapport die het nieuws hebben gehaald. Het volledige rapport telt 96 pagina’s, dus de gemiddelde lezer is bij pagina 16 waarschijnlijk al afgehaakt. Toch staat precies hier een interessante passage die door de media niet is opgepikt. TenneT heeft namelijk voor het eerst de emissiereductiedoelstellingen (lees: klimaatdoelen) losgelaten als bepalende factor voor het samenstellen van de scenario’s. De energietransitie verloopt simpelweg niet zo snel als dat nodig is om de doelstellingen te bereiken. Dit geldt voor de andere landen in Europa net zo goed als voor Nederland. Daarom wordt er rekening gehouden met een realistischer scenario, namelijk dat de klimaatdoelen niet gehaald worden. Een van de voornaamste redenen dat de doelen niet gehaald worden, is dat Nederland inzet op instabiele stroombronnen. Deze instabiele bronnen veroorzaken tevens hogere pieken en dalen in de elektriciteitsvoorziening, met meer netcongestie als gevolg.

Als de voorzieningszekerheid niet gegarandeerd kan worden, kan dit de voortgang van de elektrificatie belemmeren.

Dat brengt ons tot een onvermijdelijke keuze: willen we van gas en kolen af, of willen we een stabiel energiesysteem? Er is gelukkig nog een andere oplossing. Er is namelijk nog een energiebron die stabiel, leveringszeker vermogen produceert en geen CO2 uitstoot: namelijk kernenergie. Het wordt niet met zo veel woorden genoemd in het rapport van TenneT, maar is wel een voor de hand liggende oplossing. Wellicht durft TenneT haar handen hier nog niet aan te branden, maar gelukkig zijn er legio gemeentes, provincies en bedrijven die de mogelijkheden actief verkennen. Gemeente Opmeer en gemeente Den Helder bijvoorbeeld, zijn al hard op weg om een (kleine) kerncentrale te realiseren binnen hun gemeente. Ook elders in het land en zelfs in de Tweede Kamer is het onderwerp geen taboe meer. De tegenargumenten raken op, of zijn al ontkracht.

Dus: maak vaart met de ontwikkeling van kernenergie. Met name Small Modular Reactors (SMR) zijn zeer veelbelovend. Hiermee kun je lokaal het energienet verstevigen, warmte leveren en voorzien in een stabiele stroombron.

Als we in Nederland serieus van het gas af willen, dan moeten we nu inzetten op kernenergie. Zo niet, dan gaan we de klimaatdoelen inderdaad niet halen. Goed om te lezen dat TenneT dit ook inziet, maar jammer dat dit niet meer stof doet opwaaien.

 

Woningbouw aan Martekrogt in Den Oever komt dichterbij

Door Daan Pruimboom

30 juni vergaderde de raad over o.a. de jaarrekening, de zomernota en de het vaststellen van een stedenbouwkundig- en beeldkwaliteitsplan van vier versnellingslocaties voor woningbouw. Het gaat om Dorsmolen Oost, Hooizicht (Anna Paulowna), Wieringerwaard Oost en de Martekrogt in Den Oever.

 

LDA is blij te zien dat er vaart wordt gemaakt met het ontwikkelen van woningbouw. Over de locaties Dorsmolen Oost en Hooizicht heeft onze fractie. Bij Wieringerwaard Oost hebben we aandacht gevraagd voor de verkeerssituatie op de Noord-Zijperweg. Deze weg wordt al als erg druk en onveilig ervaren, dus hopelijk biedt deze ontwikkeling gelijk een kans om de weg aan te pakken.

 

Bij de Martekrogt hebben wij wel onze bedenkingen. Voorafgaand aan de raadsvergadering hebben wij vragen gesteld over de alternatieve leegstaande locaties binnen Den Oever, en waarom deze binnendorpse locaties niet benut worden voor woningbouw in plaats de Martekrogt. LDA ziet liever ontwikkeling van verloederende plekken binnendorps, dan ontwikkeling in open landschap buitendorps.

Uit de beantwoording van onze technische vragen blijkt dat er meer woningen kunnen worden gerealiseerd binnendorps (87 t.o.v. 49 op de Martekrogt), maar dat het wel wat meer tijd en moeite kost. In dat licht bezien begrijpen we de keuze voor de Martekrogt, maar er zijn nog wel wat meer haken en ogen aan deze keuze.

 

In het raadsvoorstel staat dat grondeigenaren zijn benaderd voor mogelijke aankoop van hun panden, voor bijvoorbeeld opvang van gevluchte Oekraïners. Dat was niet de insteek van de oproep van de raad vorig jaar: volgens ons was de wens om de leegstaande panden te gebruiken als alternatieve mogelijkheid voor woningbouw.  Daarnaast kan ik me voorstellen dat je als lokaal gewortelde grondeigenaar niet direct staat te springen om je pand beschikbaar te stellen voor opvang van vluchtelingen, zeker niet als het halve dorp al vol zit met arbeidsmigranten.

 

De leegstaande locaties binnendorps ontsieren het straatbeeld. Ondanks dat het gaat om meerdere grondeigenaren en wellicht een complexer proces om deze locaties te ontwikkelen, is het wat LDA betreft net zo belangrijk om leegstand en verpaupering tegen te gaan.

 

Een ander punt met betrekking tot de Martekrogt is de uitspraak van de Raad van State in een eerdere situatie waarbij woningbouw op deze plek is tegengehouden. Stichting Landschapszorg Wieringen heeft ons hier in het raadscafé ook nog eens aan herinnerd.

In het raadsvoorstel zien we niets staan over deze uitspraak, ook niet bij de kanttekeningen. Het college gaf tijdens de vergadering aan dat het vorige plan slecht landschappelijk was ingepast, en dat de Raad van State dit plan daarom tegen heeft gehouden. Het huidige plan houdt meer rekening met het unieke landschap, dat wordt ook door omwonenden en SLW geconstateerd. Het college verwacht dit keer geen problemen met de Raad van State.

 

Tijdens de vergadering werd aangegeven dat de alternatieve locaties wel ontwikkeld gaan worden, maar dat dit niet op korte termijn gaat lukken. Er wordt gezocht naar een projectontwikkelaar die dit wil oppakken, en er vinden gesprekken plaats met de grondeigenaren. Daardoor komen deze locaties niet in aanmerking voor versnelde ontwikkeling. Begrijpelijk, maar nu gaan we dus twee dingen tegelijkertijd doen. Dat zou betekenen dat we én 49 woningen aan de Martekrogt ontwikkelen, en op termijn mogelijk ook nog 87 binnendorps. Volgens het woonbehoefteonderzoek van 24 wordt er verwacht dat er maximaal 50 extra woningen nodig zijn in Den Oever in 2030. Na 2030 zouden dit er meer kunnen worden, maar LDA verwacht niet dat er plotseling behoefte gaat zijn aan nog eens 87 woningen. Het college verwacht dat  woningzoekenden uit omliggende dorpen dan naar Den Oever zullen verhuizen. Zou kunnen, maar wat LDA betreft zouden we als gemeente geen grote investeringen moeten doen op basis van hoop. Zeker niet als het gaat om uniek landschap zoals aan de Martekrogt.

 

De meeste andere partijen deelden onze mening niet. Daarmee werd het raadsvoorstel aangenomen, en is de volgende stap gezet richting woningbouw aan de Martekrogt. Wanneer binnendorpse ontwikkeling van de grond gaat komen weten we niet, maar het lijkt erop dat er een grote hoeveelheid nieuwe woningen worden gebouwd in Den Oever de komende jaren.

Staalslakken aangetroffen op Wieringen: LDA stelt vragen

Onze fractie kreeg een verontrustende melding dat in het fietspad bij de Hoelm richting de Haukes op Wieringen staalslakken zijn aangetoond. Een dame heeft vaak neusbloedingen wanneer ze er gefietst heeft en regelmatig fotografeert. Ook is er een dood lam gevonden. Een van onze leden heeft ter plekke  onderzoek gedaan met een magneet. Deze  bleef daadwerkelijk vast zitten, wat aantoont dat er staalslakken gebruikt zijn in de verharding. Geïrriteerde slijmvliezen en neusbloedingen zijn bekende verschijnselen die kunnen optreden bij het inademen van opgewaaid stof afkomstig van staalslakken. Door uitspoeling zal het bermgras vervuild worden met giftige loodzouten, wat mogelijk de dood van het lam verklaart.

Er zijn steeds meer gemeenten die verharding waarin staalslakken zijn gebruikt verwijderen nu steeds meer bekend is geworden over de negatieve effecten op het milieu en de gezondheidsrisico’s. De staatssecretaris voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een tijdelijke stop op het gebruik van staalslakken afgekondigd welke op 23 juli 2026 van kracht wordt. Deze maatregel is bedoeld om onderzoek te doen of het mogelijk is om op een verantwoorde wijze dit materiaal te blijven gebruiken of dat er een verbod op het gebruik van staalslakken moet komen.

Op 30 april 2025 heeft onze fractie vragen (PV-2511) gesteld over het gebruik van duomix, een product dat 85% staalslakken bevat, in Hollands Kroon. Staalslak is in de gemeente ook gebruikt in bermverhardingen. In de beantwoording van onze vragen geeft u aan dat er op dit moment geen aanleiding is om deze te verwijderen. Op de vraag: Nu bekend is dat Duomix een staalslak product is, stopt u er nu mee dit product te gebruiken?  Geeft u als antwoord: We hebben het toepassen ervan in nieuwe projecten ‘on hold’ gezet. Dit in afwachting van meer  duidelijkheid.

Daarom stellen we nu de volgende vragen: 

  1. Heeft u inmiddels meer duidelijkheid verkregen over de gevolgen van het gebruik van staalslak?
  2. Is dat een reden voor u om te stoppen met gebruik van materialen waarin staalslak is verwerkt?
  3. Zo nee, dan graag een goed onderbouwd antwoord.

In de beantwoording van onze vragen wordt ook verwezen naar publicaties in het Noord-Hollands Dagblad en NH nieuws. In uw antwoord aan deze media stelt u: Ook in Hollands Kroon zijn waarschijnlijk op enkele plekken staalslakken gebruikt. Er is echter geen lijst bijgehouden waar dat precies is. Soms komen we staalslakken tegen bij werkzaamheden. In zulke gevallen verwijderen we ze direct. Dit antwoord houdt voor ons in dat u de schadelijkheid van het gebruik van staalslakken erkent.

4. Wat gaat u doen met de door ons aangetoonde aanwezigheid van staalslakken in het fietspad bij de Hoelm?

5 Hoewel deze aanwezigheid niet door werkzaamheden bekend is geworden, worden zij (verwijzend naar uw antwoord aan het NHD en NH nieuws) wel verwijderd? Zo nee, waarom niet?

 

Met vriendelijke groet,

Daan Pruimboom

LDA Hollands Kroon

 

Ontwikkeling nieuwe natuur bij de viskringloop

Door Peter Couwenhoven

 

In de Schager Courant van maandag 18 mei werd in een groot artikel verslag gedaan van een excursie van de Vogelwacht naar de viskringloop. In 2020 is een gebied van ruim 17 hectare ingericht om de vismigratie van en naar de Wieringermeer te verbeteren. Deze Viskringloop, gelegen in de driehoek Wieringerrandweg, Hippolytushoeverweg en het Robbenoordbos, is een leef- en opgroeigebied voor vissen die trekken tussen zoet en zout water, zoals de glasaal (paling) en de driedoornige stekelbaars. Het heeft zich echter ontwikkeld tot een veelzijdig gebied waar vogels als de roerdomp en woudaap waargenomen worden. LDA voelt zich verbonden met dit nieuwe stuk natuur, aansluitend op het Robbenoordbos. In onze coalitieperiode moest er een plek gevonden worden voor extra waterberging. In het programma van LDA staat dat nieuwe waterberging aangelegd moet worden in combinatie met natuurontwikkeling en waar mogelijk verbonden wordt met het Nationaal Natuur Netwerk om robuustere natuurgebieden te verkrijgen.

LDA heeft in gesprekken met het college het voormalige slibdepot bij Den Oever in beeld gebracht voor de aanleg van deze waterberging. Het Hoogheemraadschap heeft dit overgenomen en is tot ontwikkeling overgegaan. In de zes jaar na aanleg van de waterberging, primair bedoeld als paaiplaats voor vissen,  heeft het zich ontwikkeld tot een veelzijdig gebied, omdat je hier bos, water en weilanden hebt die elk weer andere soorten aantrekken.

Een mooi voorbeeld hoe versterking van natuur en biodiversiteit door juiste keuzes tot stand gebracht kan worden.

 

Lees hier het volledige artikel:

https://www.noordhollandsdagblad.nl/regio/noordkop/noordkop-schagen/de-fitis-karekiet-koekoek-tuinfluiter.-zien-we-ze-of-zien-we-ze-niet-wie-weet-horen-we-hem-hoempen/151709227.html

 

 

 

Ter verbetering van uw gebruikerservaring wordt op deze website van LDA gebruik gemaakt van cookies.