Categorie archieven: Politieke vragen

Beantwoording vragen over het Schone Lucht Akkoord

Op 18 januari 2025 heeft LDA politieke vragen gesteld over het Schone Lucht Akkoord.
Uit de beantwoording blijkt dat er ambtshalve niet gehandhaafd wordt op overlastsituaties door het gebruik van open haarden. Hier wordt gelet op de huidige handhavingscapaciteit geen prioriteit aan gegeven. Verder wordt aangeven dat handhaving van rookoverlast veel tijd en capaciteit kost omdat overlast door houtrook vaak een persoonlijke beleving is, niet iedereen heeft evenveel last van de houtrook. Op de vraag of het college voor wil stellen om (gedrags)regels omtrent houtstook in het omgevingsplan op te nemen antwoord het college dat dit in de Verordening fysieke leefomgeving (Vfl) zou moeten worden opgenomen. Een wijziging hierin zal vanuit de raad moeten komen.
Het complete antwoord vanuit het college kunt hier vinden.

Beantwoording vragen over de grens tussen het Dahlia park en park de Meet

Op 15 december 2024 heeft u politieke vragen (nummer PV-2448) gesteld over Grens Dahliapark. In deze brief beantwoorden wij de door u gestelde vragen. U vindt de antwoorden direct onder de vragen.
“De laatste weken krijgen wij van parkbezoekers vragen wat er aan de hand is met de grens tussen het nieuwe Dahlia park en park de Meet. De sloot die gegraven wordt vertoond een knik richting het park, waarmee de beoogde grens overschreden wordt.
In de beantwoording op eerder door ons gestelde vragen (PV 2218) over dit onderwerp antwoordt u:
De kadastrale grenzen bepalen welke gronden bij het park horen en welke gronden van Scholtens Projecten zijn. Scholtens is voornemens om alleen een bestemmingsplanprocedure te doorlopen voor hun eigen percelen. De gronden van het park blijven zodoende ongemoeid en worden niet betrokken bij het Dahlia Park. De aanduiding op de kaart is gemaakt omdat de gemeente heeft aangegeven zeer secuur om te willen gaan met de randen van dit plan langs park De Meet. Zowel aan de kant van het Dahlia Park, als de kant van het park.”

  1. Bent u op de hoogte van de door ons geconstateerde ontwikkeling waarbij de scheidingssloot de vastgestelde grens overschrijdt?
  2. Ben u met ons van mening dat dit een ongewenste ontwikkeling is die teruggedraaid moet worden?
  3. Bent u hiervan door de projectontwikkelaar op de hoogte gesteld?
  4. Zo ja, wat is hiervoor de reden?

Reactie:
Bij de ontwikkeling van Dahlia Park is, zoals eerder aangegeven, aandacht gegeven aan zowel de aansluiting van de woningbouwlocatie op het park als het aanzicht vanuit het park op deze nieuwe woningbouwlocatie.

De gemeente heeft daarom voortdurend overleg gepleegd met ontwikkelaar Scholtens Projecten en Stichting ‘Vrienden van Park de Meet’ om tot een zo optimaal mogelijke invulling te komen. Dit heeft geleid tot een inrichtingsplan waarbij er natuurlijke oevers en talud wordt gecreëerd en toevoegingen aan het park worden gedaan.
Ook zijn er privaat- en publiekrechtelijke beperkingen opgenomen in de koopovereenkomsten en het bestemmingsplan om negatieve effecten aan de kant van het Dahlia Park te beperken en bouwen in deze zone niet toe te staan. Op deze wijze borgen en bevorderen we een natuurlijk aanzicht tussen nieuwbouw en park.

Tijdens de nadere invulling van het inrichtingsplan is gebleken dat, op de genoemde positie bij de brug richting het park, conform het Handboek inrichting openbare ruimte (Hior), meer ruimte benodigd is om een beheersbaar en natuurlijk talud te realiseren. Deze situatie is in overleg tussen de gemeente, ontwikkelaar en de genoemde Stichting besproken.
Dit gesprek heeft ertoe geleid dat, er inderdaad een beoogde wijziging in de watergang op deze positie plaatsvindt. Deze wordt ingevuld met het plas-dras-en speelgebied dat al noordelijker in deze watergang zou worden gerealiseerd. Op deze manier kan de waterlijn van 6 meter breed hier ook gehaald worden, die benodigd is voor het beheer en onderhoud door het Hoogheemraadschap.
Op de plek waar het plas-dras-en speelgebied wordt gemaakt, wordt het talud rechtdoor getrokken. Op deze manier voorkomen we dat er oppervlakte van het park wordt ingeleverd.

De ontwikkelaar maakt op dit moment een aangepast ontwerp voor deze aanpassing in het plan, welke opnieuw wordt besproken met betrokken partijen. Wij hebben er vertrouwen in dat we op deze wijze een aantrekkelijke overgang van nieuwbouwlocatie naar het park creëren en vice versa zonder extra ruimte in te nemen van Park de Meet.

LDA stelt vragen over het Schone Lucht Akkoord

Tijdens het raadscafé van 12 december 2024 zijn enkele inwoners met raadsleden en fractieondersteuners in gesprek geweest over het Schone Lucht Akkoord. Hiervoor wordt aandacht gevraagd omdat het stoken van hout e.d. tot (extra) gezondheidsklachten leidt bij inwoners met aandoeningen aan de luchtwegen. In februari 2022 heeft het college de raad geïnformeerd dat zij besloten heeft niet deel te nemen aan het Schone Lucht Akkoord. In het presidium is gebleken dat de raad -gelet op de overwegingen in het memo geen aanleiding ziet om hieromtrent een ander standpunt in te nemen. Dat wil niet zeggen dat er geen aandacht is/moet zijn voor concrete overlastsituaties.
Het informatiepunt leefomgeving geeft aan dat in het kader van de Omgevingswet (van kracht sinds 2024) regels gesteld kunnen worden omtrent houtstook (mits die niet in strijd zijn met landelijke regels). Optreden in overlastsituaties moet overigens gelet op de rechtspraak aan strenge eisen voldoen en is daardoor niet eenvoudig. Daarbij komt dat stoken conform de regels toch in een concrete situatie kan leiden tot het ervaren van hinder.
Naar aanleiding hiervan heeft onze fractie de volgende vragen aan het college.

Vraag 1
Welke stappen worden thans gezet in concrete overlastsituaties vanwege het gebruik van open haarden,
stoken van hout e.d., indien overlast bij uw college wordt gemeld?

Vraag 2
Op basis van welke (landelijke) regelgeving kunt u in dit verband handhavend optreden?

Vraag 3
Zijn deze regels voldoende concreet om sturing te kunnen geven aan het stookgedrag of betreft het
algemene normen?

Vraag 4
Welke problemen ondervindt u ingeval van handhaving naar aanleiding van meldingen van overlast door
het stoken van hout e.d.?

Vraag 5
Overweegt uw college de raad voor te stellen om in het omgevingsplan (gedrags)regels te stellen omtrent
houtstook en zo ja, aan wat voor soort (gedrags)regels denkt u dan?

Vraag 6
Zal het stellen van duidelijke (gedrags)regels in het omgevingsplan leiden tot meer/betere mogelijkheden
om te handhaven ingeval van overlastsituaties?

Vraag 7
Waar ligt de bevoegdheid om te handhaven: zijn dit de eigen medewerkers of is dit een taak van de
Omgevingsdienst Noord-Holland-Noord?

Reactie op de beantwoording van de politieke vragen over de besloten vergadercultuur in Hollands Kroon

Op 17 december 2024 heeft LDA politieke vragen (nummer PV-2447) gesteld over de besloten vergadercultuur.
Het college heeft deze vragen op 8 januari beantwoord.

Het voornemen van de coalitie is om vanaf dit jaar weer meer openbaar te vergaderen, maar nog niet volledig. LDA is altijd heel kritisch geweest op de keuze van de coalitie om alle vergaderingen, met uitzondering van de reguliere raadsvergadering (dat is wettelijk niet toegestaan), achter gesloten deuren te laten plaatsvinden. Ons inziens is dit een grove schending van de openbaarheid van bestuur. Hoewel de raad over haar eigen reglement van orde gaat, heeft de coalitie altijd de meerderheid en heeft zij de beslotenheid er dus doorheen gedrukt. In onze vragen hebben we het college gevraagd hoe zij hiernaar kijkt, aangezien het college voortkomt uit de coalitie.

Uit de beantwoording bleek dat er in 2024 maar liefst 25 vergaderingen in beslotenheid zijn gehouden.
Ter vergelijking: in Den Helder was er in 2024 geen enkele vergadering besloten.
Een klein gedeelte van de bijeenkomsten was terecht besloten: hier ging het om de herbenoeming van de burgemeester, of over vergaderingen waarin vertrouwelijke informatie werd gedeeld. Een aantal andere vergaderingen ging over beleidsvoorbereiding en het functioneren van de raad en organisatie. Die horen wat ons betreft ook openbaar te zijn. 12 vergaderingen waren de zogeheten Benen Op Tafel (BOT) overleggen. Een van de argumenten van de coalitie destijds was dat ambtenaren in deze bijeenkomsten vrijer konden spreken als het in beslotenheid zou plaatsvinden. Wat LDA betreft is dit een zwak argument, want ambtenaren nemen geen politiek standpunt in. Zij geven slechts technische duiding. In reactie op onze vragen geeft het college aan niet te herkennen dat ambtenaren zich nu vrijer kunnen uiten. Dat argument kan dus van tafel.

In reactie op onze andere vragen neemt het college het standpunt in dat de inwoner geen belangrijke informatie heeft gemist, omdat het ‘debat’ in de gemeenteraadsvergadering openbaar is gebleven en het aan de partijen zelf is om de inwoner te informeren. Het hele punt is nou juist dat debat niet meer plaatsvindt in de gemeenteraad, omdat alle standpunten in de besloten bijeenkomsten al geïnventariseerd zijn. Zo komt de coalitie niet in moeilijkheden en kan zij zich voorbereiden op de raadsvergadering. Ook kunnen voorstellen op het laatste moment weer ingetrokken worden als blijkt dat er veel discussie over dreigt te ontstaan. Overigens rekken het college en de coalitie ook de term ‘vertrouwelijk’ zeer ver op. Inmiddels vallen bijvoorbeeld de onderwerpen zorg, veiligheid en bestaanszekerheid hier ook onder. Reken daarbij alle andere onderwerpen die in beslotenheid zijn behandeld, dan blijven er wel erg weinig niet-vertrouwelijke onderwerpen over.

Al met al was de reactie ontwijkend, ontkennend en precies in lijn met wat de coalitie wil; namelijk zo min mogelijk debat opwekken zodat de inwoner niet merkt dat men er niet zoveel van bakt. Wat dat betreft is de reactie niet verrassend, maar van openbaar bestuur is in Hollands Kroon helaas al enige tijd geen sprake meer.

LDA stelt vragen over losloopgebieden voor honden

Onze fractie wordt zo nu en dan benaderd door hondenbezitters. Zij geven aan dat er weinig hondenlosloopgebieden zijn in Hollands Kroon, en dat het onduidelijk is waar er wel en niet losgelopen mag worden. Daarom heeft onze fractie enkele vragen over dit onderwerp.

  1. Op de Terp in Wieringerwerf hangen sinds kort borden dat honden aangelijnd moeten worden. Voorheen was het park rond de Terp een ontmoetingsplek. Zijn er plannen om weer een ontmoetingsplek te creëren waar hondenbezitters elkaar kunnen ontmoeten?
  2. Een tijd geleden is er een publicatie geweest waarin inwoners van Wieringerwerf erop gewezen werd dat zij naar Winkel kunnen om hun hond los te laten lopen. Is dit de dichtstbijzijnde loslooplocatie voor honden(bezitters) uit Wieringerwerf?
  3. Wat is het gemeentelijke beleid inzake losloopgebieden voor honden?
  4. Als wij op de website of via google zoeken naar het beleid omtrent losloopgebieden in Hollands Kroon vinden wij niets. Waar kan de inwoner een overzicht vinden van de losloopgebieden voor honden?
  5. Zou het college een overzicht kunnen geven van de losloopgebieden voor honden in Hollands Kroon?

LDA stelt vragen over de grens tussen park De Meet en Dahliapark

Geachte leden van het college,

De laatste weken krijgen wij van parkbezoekers vragen wat er aan de hand is met de grens tussen het nieuwe Dahlia park en park de Meet. De sloot die gegraven wordt vertoond
een knik richting het park, waarmee de beoogde grens overschreden wordt.
In de beantwoording op eerder door ons gestelde vragen (PV 2218) over dit onderwerp antwoord u:
De kadastrale grenzen bepalen welke gronden bij het park horen en welke gronden van Scholtens Projecten zijn. Scholtens is voornemens om alleen een bestemmingsplanprocedure te doorlopen voor hun eigen percelen. De gronden van het park blijven zodoende ongemoeid en worden niet betrokken bij het Dahlia Park. De aanduiding op de kaart is gemaakt omdat de gemeente heeft aangegeven zeer secuur om te willen gaan met de randen van dit plan langs park De Meet. Zowel aan de kant van het Dahlia Park, als de kant van het park.

  1. Bent u op de hoogte van de door ons geconstateerde ontwikkeling waarbij de scheidingssloot de vastgestelde grens overschrijdt?
  2. Bent u met ons van mening dat dit een ongewenste ontwikkeling is die teruggedraaid moet worden?
  3. Bent u hiervan door de projectontwikkelaar op de hoogte gesteld?
  4. Zo ja, wat is hiervoor de reden?

LDA stelt vragen over openbaar vergaderen

Vorige week bereikte onze fractie het bericht dat er voornemens zijn de beeldvormende vergaderingen niet meer achter gesloten deuren te houden. Op 19 december wordt dit voorstel aan de raad voorgelegd. Onze fractie is al van het begin af aan kritisch geweest op deze werkwijze. Wij willen graag uw mening vernemen over het vergaderen in beslotenheid en hebben onderstaande vragen:

  • Hoe veel vergaderingen hebben er sinds de wijziging in de werkwijze in beslotenheid plaatsgevonden?
  • Een van de redenen voor het vergaderen in beslotenheid is dat de ambtenaren op deze manier ‘vrijer’ konden spreken in de bijeenkomsten. Hoe heeft het ambtelijk apparaat de beslotenheid ervaren? Is zij van mening dat zij daadwerkelijk een betere bijdrage heeft kunnen leveren aan de beeldvorming van de gemeenteraad?
  • Is het college van mening dat de inwoners als gevolg van deze beslotenheid belangrijke informatie niet tot zich hebben kunnen nemen?
  • Is het college van mening dat het wenselijk is dat inwoners kennis kunnen nemen van de standpunten van politieke partijen over onderwerpen die hen aangaan?
  • Zo ja, is het college het met ons eens dat inwoners minder goed de kans hebben gehad om zich van deze standpunten op de hoogte te stellen als gevolg van het besloten karakter van de beeldvormende vergaderingen? Zo nee, waarom niet?
  • Deelt het college onze mening dat een deel van de politieke discussie in de openbare raadsvergaderingen is weggenomen als gevolg van de besloten behandeling van de vergaderpunten in de beeldvormende vergaderingen?
  • Minister Bruins-Slot heeft vorig jaar over het ‘achterkameroverleg’ van gemeenten gezegd dat dit onwenselijk is. Is het college hierover benaderd of op de vingers getikt door de minister?

Beantwoording vragen over snippergroen

Als antwoord op de vragen van LDA over het snippergroen geeft het college van Hollands Kroon aan dat zij in principe geen snippergroen meer verkoopt aan inwoners, omdat uit onderzoek is gebleken dat verkocht snippergroen veelal wordt bestraat. Hierdoor kan regenwater niet goed weglopen en hitte niet goed opgenomen worden. Wel is het bij uitzondering mogelijk om nog steeds stukken snippergroen te verkopen
In 2019 is het ‘snippergroenbeleid’ door de raad aangenomen dat verkoop van snippergroen aan inwoners zou moeten versterken. Echter in 2021 is de ‘strategie klimaatadaptatie’ aangenomen en deze staat weer lijnrecht tegenover het snippergroenbeleid aldus het college. Daarom is Hollands Kroon al sinds de zomer van 2022 gestopt met de verkoop van snippergroen.
De complete beantwoording van de vragen door het college kunt u hier lezen

LDA stelt vragen over snippergroen

In 2022 heeft het college besloten om de verkoop van snippergroen in principe niet meer toe te staan. Dit wordt ook bevestigd in de Grondprijzenbrief 2024. De verkoop van kleine, openbare stukjes groen zonder belangrijke functie achtte het college niet meer wenselijk aangezien deze gronden vaak gebruikt werden voor uitbreiding van het bebouwde perceel. Deze redenering kan onze fractie volgen, en wij onderschrijven ook het belang van het behoud van openbaar groen.
Het blijkt echter dat heel veel stukken snippergroen in de praktijk soms al decennia in gebruik zijn door de eigenaar van een aangrenzend perceel, meestal een hoekhuis. Doorgaans is deze grond bijvoorbeeld al in gebruik als carport, garage of uitbouw. Het is onze fractie ter ore gekomen dat er tientallen, zo niet honderden van dergelijke situaties zijn te vinden in de gemeente. Hierover heeft onze fractie een aantal vragen.

  1. Heeft het college alle stukken grond in kaart waar sprake is van ‘annexering’ van snippergroen ten behoeve van bebouwing door een aangrenzend perceel?

  2. In 2022 is besloten tot het stoppen met verkoop van snippergroen. Heeft het college destijds rekening gehouden met het feit dat er in de loop der jaren veel snippergroen al in gebruik was door woningeigenaren van aangrenzende percelen?

  3. Hoe veel verzoeken tot verkoop van reeds in gebruik zijnd snippergroen heeft het college afgewezen sinds 2022?

  4. Wat is de waarde van alle stukken snippergroen die het college besloten heeft NIET te verkopen sinds 2022? Uitgaande van de op dat moment geldende grondprijs.

  5. Deelt het college onze mening dat de reeds bebouwde stukken snippergroen niet van toegevoegde waarde zijn voor de klimaatadaptatie?

  6. Kan er sprake van verjaring zijn? Zo ja, hoe vaak is verjaring aangetoond sinds de beleidswijziging in 2022?

  7. Voor een huiseigenaar is het voordelig als hij/zij een reeds bebouwd stuk snippergroen kan overnemen aangezien de waarde van deze grond opgenomen kan worden in een taxatierapport. Voor de gemeente vervult deze grond geen functie meer, dus is het ook voordelig om de grond te verkopen. Is het college bereid om na te denken over een uitzondering op het snippergroenbeleid, waardoor de daadwerkelijk ‘groene’ stukken snippergroen behouden worden t.b.v. klimaatadaptatie, en de reeds bebouwde stukken worden toegevoegd aan het perceel van de bewoner die het stuk snippergroen in gebruik heeft?
Ter verbetering van uw gebruikerservaring wordt op deze website van LDA gebruik gemaakt van cookies.